Het is een zinnetje dat al lang met me mee reist: “Als je je ene voet maar voor de andere zet, dan kom je er vanzelf.” Het was een snikhete zomerdag waarop mijn ouders en tante besloten hadden om antiekwinkeltjes te gaan bekijken. Klagend, kreunend en steunend liep ik achter ze aan te strompelen. Ik was al een eind achterop geraakt. Expres, om mijn ongenoegen nog meer te laten blijken. Het was mijn tante die me hielp om mijn humeur op te klaren. Ze kwam naast me lopen. Eerst zonder woorden. En dan dat ene zinnetje: “Als je je ene voet maar voor de andere zet, dan kom je er vanzelf.”  Mijn slechte humeur was zeker niet gelijk over. Wat er gebeurde was dat ik het zinnetje ging herhalen in mijn hoofd, bij elke stap die ik zette. Ook al waren ze klein. Liep ik traag. Het maakte niet uit. Ik ging vooruit. En uiteindelijk – na nog een één of twee antiekwinkeltjes – zat ik op het terras met mijn felbegeerde koude drankje.  Nog steeds helpt het me om tegenslag te overwinnen. Reist het met me mee, om te gaan naar daar waar ik heen wil gaan.