Het spiegelbeeld danst op de grond.
Ze komt en gaat.
Met de stroom van de wolken.
Daar ben je.
Meedeinend op het geruis van de bladeren.
Omarmd door het zonlicht.
En nu?
Nu ben je weer weg.
Weg of onzichtbaar?
Zichtbaar verscholen.
Zich verstoppend voor wolken.
Achter wolken.
In een eigen wereld.
Om?
Om weer tevoorschijn te komen!