Gewoon zelfliefde

“Ik ken dit nummer maar het is nog nooit zo binnen gekomen.”, zegt hij tegen mij als de muziek stopt. Het is het eind van de sessie. Ik kijk hem aan en zie tranen. “Als ik tranen zie dan weet ik dat er een lijntje naar het hart is geopend en dan weet ik dat ik goed zit.”, hoor ik de stem van één van mijn docenten van Phoenix opleidingen in mijn hoofd zeggen. Het is een zinnetje dat vaak met mij meereist en dat ik op mijn beurt weer deel met mijn cliënten. Zo ook vandaag. Hij knikt, kijkt mij aan en zegt: “Ja, zo voelt het ook. Alsof ik dit voor de eerste keer in mijn leven voel.”

De sessie stond in het teken van zelfliefde. Naar jezelf kijken met een open hart. De veroordeling waarmee je jezelf verfoeit omhelzen. Wegrennen en jezelf verstoppen kan in het moment zelf soms voelen als een verlangen maar het is een angstreactie. Om er in te leren moet je door het proces van vallen en opstaan heen. Met zachte ogen naar jezelf kijken, eigen zelfverwijten omarmen en jezelf nog meer kansen geven om te vallen en weer op te staan.

Als ik zijn ogen ontmoet ben ik in gedachten bij een moment, niet zo heel lang geleden, waarin ik mezelf verfoeide en schaamde. Een moment waarin ik worstelde met het gevoel van wegvluchten en mijzelf permissie geven om te mogen blijven. Het werd een mengeling van allebei en voelde heel naakt. Alle nare en verwarrende emoties van dat moment stromen weer even door mijn lijf als ik hem aankijk en het gebruik als basis van deze ontmoeting om hem te leren in menselijkheid en compassie. Hem zo laat ervaren hoe het ons mensen ook kan verbinden als we ons tonen in onze worstelingen. Empathie voor anderen begint met compassie voor onszelf.

Die volgende dag ontving ik een berichtje van hem. Het eindigt met: “Ik vond het weer bijzonder gisteren.”

 

Iets zoekt kleur. Iets roept een vorm.

Iets dringt zich op als een raadsel. Iets laat zich

 niet ontleden, niet begrijpen, niet verleiden.

Iets is er dat meekomt met de liefde.

Zoiets als de illusie en ruimte, als hunker.

Naar geborgenheid die zich loskoppelt van de pijn.

Of zoiets als het verhaal van wie we zijn

dat we in onszelf ontdekken als we elkaar

onbevangen betreden, onbelemmerd aan elkaar geven,

ademloos wang aan wang verder gaan.

Claire vanden Abbeele


VERVELLEN

Ben jij al wel eens van huid gewisseld?

Mijn moeder was 40 toen ik geboren werd. Het zorgde voor een relatief groot generatie verschil. Mijn ouders zijn opgegroeid met de armoede van de dertiger jaren crisis, invloed van strenge normen vanuit religie op het dagelijks leven, de angst (en eveneens armoede) uit tweede wereldoorlog en de watersnoodramp. Ik ben opgegroeid met de toenemende welvaart, ontzuiling en vrijheden van de jaren 70, 80, 90 en verder. Het heeft er voor gezorgd dat ik makkelijk in de omgang ben met ouderen maar ook vaak ouder geschat word dan ik ben. Ook bracht het me dat ik makkelijk met mensen mee kan reizen in zware thema’s en levensfasen met ook weer een andere kant: “He Ingrid, niet zo serieus!”

Het was een klus om de zwaarte los te laten. Hoe zeer ik hem ook ontvluchtte. Hij leek aan me vast te blijven zitten en ik leek er ergens ook niet zonder te kunnen. Ook aan die dingen waar we last van hebben, kunnen we gehecht zijn. Ik wist ook niet zo goed hoe ik dat moest doen: loslaten. Het leek om me heen te zitten zoals mijn huid om mij heen zit. En ik denk dat dat dan ook wel een voor mij passende metafoor is.

Het vervellen van de huid is voor sommige dieren een noodzakelijk proces om te kunnen groeien: het vel wordt op den duur te klein voor het dier. Vervellen vraagt dus om een proces. Ook het opbouwen van een nieuwe mentale huid kan je vergelijken met vervellen. Mentaal vervellen. Het is niet een knop die je om kan zetten of een kwestie van andere kleding aan doen, andere vrienden of werk zoeken. Er gaat een proces aan vooraf voordat 'de tijd rijp is' en het vervellen zelf is ook een proces.

Een nieuwe mentale huid gaat gepaard met rouw want je verliest namelijk ook iets. En ook al verlang je er naar om het los te laten ……je bent er ook aan gehecht. Zo ben ik hierin ook alle rouwfasen doorlopen:

Ontkenning: Nee joh, dan ken je mij niet goed, ik hou juist van een feestje!

Protesteren: Nou, dat valt toch wel mee. Ik ben toch niet altijd serieus!

Onderhandelen: Ik hoop toch dat je ziet dat ik ook heel vrolijk van aard, ben (vanuit boos, bang, bedroefd)

Verdriet: Mhhhhh, nu is het de zoveelste keer dat ik er op gewezen wordt. Ik geloof dat ik het begin te begrijpen. (terneergeslagen gevoel). In deze fase ging ik voelen hoe bang ik ook was om door de zwaarte bedolven te worden en konden er tranen gaan stromen.

Accepteren, vergeven: Ja, ik ben vaak serieus. Het mag soms wel wat minder zwaar. Vooral voor mijzelf. Ik zie nu hoe ik dat heb meegenomen uit mijn gezin van herkomst en ook wat ik daarin zelf heb te doen. Het is ok. Het heeft me ook veel gebracht. Nu ik het zie kan ik het anders gaan doen. Meer zoals goed is voor mij.

In een gedichtenbundel van Toon Hermans, die op dit moment op mijn nachtkastje ligt, las ik dit prachtige gedicht over de weg van rouw en het verwelkomen van het nieuwe. Ik zou het niet mooier kunnen verwoorden.

Keerpunt

 Tranen lopen langs mijn ruit

Huil maar hemel, huil maar uit

Hoor je hoe de storm opsteekt

Nu het hemelwater breekt

Zie je hoe de wolken varen

Die de nieuwe lente baren

Tranen lopen langs mijn ruit

Maar ik gooi de rooie loper uit

 

Toon Hermans

Uit: Van de schaduw en het licht


Overafhankelijkheid en geboortetrauma

Ken je dat gevoel? Het gevoel: Hier wil ik voor altijd blijven. Niets anders als dit. Geborgenheid, warmte, veiligheid. Bescherming tegen alles. Afgesloten van alles.

In een begeleidde sessie was ik weer even terug in de baarmoeder van mijn moeder. Als het aan mij had gelegen was ik er uren blijven liggen. Ik kon zo goed voelen hoe mijn lichaam niet in beweging wilde komen. Precies zoals bij mijn geboorte waardoor medisch ingrijpen voor de artsen noodzakelijk was. Vanaf dat moment werd ik dwingend het leven in getrokken. En geduwd.

Mijn zuurstoftekort in de baarmoeder maakte dat ik met een tangverlossing geboren ben en slechts een moment bij mijn moeder kon zijn. Zoals mijn moeder zei: “Ik mocht je heel even vasthouden en woeps, weg was je.”. De couveuse in. De artsen hebben accuraat en goed gehandeld om mij direct van alle nodige medische zorg te voorzien. Ik heb mijn leven aan hun accurate handelen te danken. Zelfs twee keer hebben ze mijn leven gered. In de couveuse klapte mijn beiden longetjes in. Mijn ouders kregen de opdracht om de geboortekaartjes terug te halen. Nogmaals werd ik met succes dwingend in leven gehouden.

De couveuse. Een doorzichtig bakje waarin baby’s de medische zorg krijgen die ze nodig hebben. Alleen medische zorg is niet waar een pasgeboren baby op zielsniveau naar verlangd. De ziel van een baby verlangt naar de geborgenheid, veiligheid en bescherming van haar moeder, zoals zij dat heeft ervaren in haar baarmoeder. Haar warmte, stem, aanraking, voeding en haar kloppende hart. Het is een pril en basaal diep verlangen na de onstuimigheid van een bevalling. Dicht bij de moeder kan het kind bekomen van deze grootse ervaring. De couveuse is een ervaring die daar heel ver vandaan is, als je erin ligt met slangetjes en naaldjes in je lijf, handen die je ongevraagd aanraken, veel licht, onbekende geluiden van medische apparatuur, onbekende geuren en ver weg van je moeder.

Later in mijn leven zou ik leren hoe belangrijk deze gebeurtenissen zijn geweest voor existentiële vragen die als een rode draad door mijn leven lopen. Vragen die op een bepaalde laag elke dag voelbaar zijn. Vragen zoals: Mag ik er wel zijn? Had ik wel geboren mogen worden? Samengaand met een onderdrukt en onbewust maar diep verlangen naar geborgenheid, warmte en veiligheid. Een verlangen dat teruggaat naar de tijd in de baarmoeder.

In mijn leven heb ik vaak op verkeerde plaatsen gezocht om dit verlangen te stillen. Een onbewust zoeken - overdekt met bravoure en onkwetsbaarheid – waarin ik steeds weer zocht naar antwoorden buiten mijzelf. Bij anderen. Ongezonde symbiose. Een zoeken vanuit een jonge behoefte.

Ik vond de antwoorden in mijzelf. Door pijn te helen. Met hulp en steun van anderen. Anderen die zich meer en meer opende naarmate ik mij opende. Een bijzondere reis……….

Aandachtige ogen.

Kijkend.

Van achter glas.

Volgend.

Verwonderend over die vreemde wereld.

Van piepjes, lichtjes, mensen en veel gedoe.

Geen gehoor.

Nog harder huilen.

Dan?

Niemand

Ineens. Iemand die me aanraakt, verlegt. Iets met me doet.

Geen troost.

Weer vertel ik met mijn ogen.

Geen gehoor.

Hoe vertel je nog meer met je ogen?

Weer weg.

Hoe?

Moe.

Tijd om te slapen.

Om te gapen.

Au. Huilen.

Wat is dat toch in mijn keel.

Geen gehoor.

Slaap.

Zacht.

 


Stroming

Waarom? Waarom ga je weg? Waarom weer? Waarom ben ik boos? Waarom zo fel? Wat kan ik er aan doen?  Waarom ik? Waarom zie je mij niet? Waar ben je? Wat is er gebeurd?

Deels zijn het vragen die ik zelf ook goed ken. En het zijn vragen die zich regelmatig in sessies openbaren. Ik geloof dat dit ook het stuk is waarin ik zo goed samen kan zijn met cliënten en waarom ik zo graag dit werk doe: de worsteling doorstaan.

Worstelen. Jezelf er iedere keer weer beetje bij beetje door heen slepen. Een stapje naar voren, twee stapjes terug …zo kan het tenminste voelen als je er nog midden in zit. Een vreselijk gevoel…. Dingen waarvan je had gedacht dat je ze nu wel anders zou doen, kunnen ineens in volle heftigheid weer aanwezig zijn. De pijn en de verdediging. Je zit er weer midden in.

De reactie is vaak om er van weg te gaan. Het niet te willen voelen. Zo hebben we ons in het verleden beschermd. Echter we zetten onszelf er ook mee op slot. De volgende keer lopen we weer precies het zelfde rondje. Juist door het pijnstuk aandacht te geven, komt er beweging in. Beweging brengt stroming. Door stroming kan hetgeen we niet meer nodig hebben wegspoelen. Net zoals een benauwde, klamme hitte na een warme zomerdag door onweer, regen en bliksem kan veranderen in een heerlijk geurende, frisheid waarin je de zuurstof weer vol kan inademen.

Ook ik ken mijn rondje. En kan er nog steeds vol in terecht komen. Het wordt wel een steeds vertrouwder rondje. Intussen weet ik hoe ik mezelf weer in beweging kan krijgen. Het lukt me om mijn eigen stroming op gang te brengen of om de stroming op te zoeken die ik nodig heb. Hoewel ik nog steeds in momenten het angstzweet kan voelen dat me dat deze keer niet lukt.

In therapietrajecten is stroming daarom heel belangrijk. Stroming door nieuwe inzichten, nieuwe ervaringen, cognitieve stroming, fysieke stroming, energetische stroming, stroming op verschillende ervaringsniveaus en waarnemingsniveaus. Het is waarom ik graag verschillende therapievormen combineer. Het brengt je bij de essentie en de bron van jouw rondje.

Zo’n essentie wordt vanuit het onbewuste zichtbaar. In een voldoende veilige stroming leert het zich kennen in de beweging van openen en sluiten. En juist door deze beweging ontstaat de mogelijkheid om in het eigen tempo steeds verder open te bloeien.

 

 


Relatietherapie voor de partnerrelatie

Regelmatig ontvang ik een mail met een uitleg dat de schrijvende persoon zijn/haar relatie graag relatietherapie zou gunnen maar niet zeker weet of de partner dat ook zou willen. Zo’n mail eindigt dan vaak met vragen als: Wat kan ik doen? Of: Kan ik ook alleen aan mijn relatie werken? Mooi vind ik het als mensen op zoek gaan zonder dat ze precies weten hoe dat vorm gaat krijgen. Het is voor veel partners een uitdaging en een hele weg om een therapeut te vinden die voor hen allebei goed voelt.

Een belangrijke eerste vraag is: ben je bereid om echt iets te veranderen? Het patroon waar jullie je in bevinden geeft namelijk ook op een bepaalde manier veel veiligheid. Dit is zoals jullie het kennen. Zoals jullie het doen. De vraag is dus: ben je bereid en geloof je, dat de therapeut waar je mee aan de slag gaat een waardevolle bijdrage aan deze veranderingen kan leveren?

Een klik met de therapeut waar jullie mee aan de slag gaan, is daarom heel belangrijk. Een website geeft je een indruk. Via een telefonische of digitale afspraak krijg je nog wat meer indruk. En een nog volledigere indruk krijg je met een kennismakingsgesprek in de praktijkruimte van de therapeut. Een andere overweging kan zijn, kiezen we voor een mannelijke of een vrouwelijke therapeut? Belangrijk is in elk geval dat jullie het samen bespreken, zodat jullie je beiden veilig en vertrouwd kunnen voelen bij een therapeut. Zo maak je van de start van relatietherapie, een gedeelde start voor een gemeenschappelijke nieuwe fase.

Ook kan je – los van je partner– aan de slag gaan met ‘hoe en wat’ jij in de relatie brengt. Jouw eigen aandeel in de relatie. Het gaat dan om jouw eigen persoonlijke leerdoelen. Het gaat dan bijvoorbeeld over de manier waarop je contact maakt, ervaart en/of hoe je om gaat met: jaloezie, kritiek, boosheid, irritaties, sleur, spanning, grenzen, intimiteit, seksualiteit, afscheid nemen en rouw. Overigens komt het werken aan deze persoonlijke leerdoelen niet alleen ten goede van de partnerrelatie maar eigenlijk ten goede aan alle familie, vrienden, partner en werkrelaties die je in je leven hebt.

Bij Chakora is een kennismakingsgesprek gratis en vrijblijvend. Zo stimuleer ik het belang van een goede, gezonde therapeutische relatie tussen ons. Immers, wij beiden hebben er belang bij dat het een geslaagd therapietraject wordt.


Hoogsensiviteit

Om de kwaliteit van mijn therapeutische vaardigheden en kennis up to date te houden, volg ik jaarlijks bijscholingen, intervisie etc. Eerder dit jaar volgde ik al een bijscholing rondom medische hypnose, vorige week volgde ik een bijscholing over hoogsensitiviteit bij volwassenen.

In ons gezin met twee werkende ouders, twee opgroeiende kinderen en intussen ook een jonge hond er bij, is prikkelgevoeligheid en overprikkeling altijd een regelmatig terugkerend thema geweest. Ik was benieuwd naar het thema hoogsensiviteit en wat het mij zou leren.

Jaren geleden heb ik ooit het boek ‘Hoog Sensitieve Personen’ van Elaine Aron gelezen. En hoewel ik me rijker voelde na het lezen van het boek door de herkenning in een aantal opzichten, bleef voor mij de vraag open of ik mezelf nu wel of niet onder een hoogsensitief persoon moest scharen. Eerlijk gezegd vond ik dat niet zo erg omdat ik nu eenmaal niet graag een sticker opgeplakt krijg of een sticker op een ander plak. Nog steeds ben ik geen voorstander van stickers plakken maar ik zie wel de waarde van herkenning en erkenning vinden en vanuit daar meer handvaten en acceptatie.

Het boek van Elaine Aron heeft het onderwerp ‘Hoogsensitiviteit’ op de kaart gezet en is erg belangrijk geweest voor een eerste onderzoek naar hoogsensitiviteit. Intussen heeft wetenschappelijk onderzoek veel nieuwe inzichten gebracht en ook wetenschappelijke erkenning. Zo weten we intussen door onderzoek van klinisch psycholoog Elke van Hoof dat de hersenen van mensen met HSP anders werken dan van mensen die geen HSP hebben. Je hebt HSP of je hebt het niet. Je kan het niet een klein beetje hebben.

Ik zal een aantal punten uit deze bijscholing met je delen, die jou wellicht ook weer een stukje rijker maken:

  •  je kunt hoogsensitief zijn, maar de mate waarin dat een probleem zou kunnen zijn, wordt beïnvloed door andere persoonlijkheidskenmerken, eerdere levenservaringen, trauma’s, gezondheid en de manier waarop je omgaat met de uitdagingen in je leven;
  • onderzoek toont aan dat mensen met hoogsensitiviteit (HSP) de wereld op een andere manier beleven dan mensen die deze eigenschap niet hebben. Scans bewijzen dat de hersenactiviteiten anders verlopen en prikkels ongefilterd binnen komen;
  • hoogsensiviteit wordt vaak beoordeeld op grond van een beeld van overstimulatie. Echter overstimulatie is geen voorwaarde voor hoogsensiviteit;
  • hoogsensiviteit wordt soms ook wel verkeerd gelabeld, bijvoorbeeld als: ADD, ADHD, autisme of borderline;
  • hoogsensiviteit kent heel veel kwaliteiten die vaak onderbelicht blijven;
  • mensen met HSP zijn door hun snelle, diepe denken geneigd om ‘hun anders zijn’ te verklaren vanuit hun eigen reactiepatroon.

Wil je graag meer lezen over hoogsensiviteit? Lees dan eens:

  • Prikkels bijten niet - Saskia Klaaysen
  • Hoogsensitief: Wat je moet weten – Elke van Hoof

Voor een kus en zo

Je bent zo
mooi
anders
dan ik,

natuurlijk
niet meer of
minder
maar

zo mooi
anders,

ik zou je
nooit

anders dan
anders willen

Hans Andreus (uit: Vonken van Verlangen)

Hoe is het met jullie vraag ik, als ze binnen komen. Goed, zegt zij. Ja, het gaat echt goed beaamd hij. En wat gaat er dan goed? Nou, er is iets veranderd. We zijn dichter bij elkaar. Misschien moet je even vertellen over het gesprek dat we hebben gehad, vult zij vragend aan. Dan vertellen ze hoe de afgelopen weken zijn geweest. Hoe ze via een confrontatie tot een open gesprek zijn gekomen. Een gesprek waarin ze elkaar ruimte gaven om naar elkaar te luisteren. Elkaars gevoelens te respecteren. Dat het voor hen een heel belangrijk gesprek was omdat dit gesprek voor hen heeft geleid tot meer begrip voor elkaar.

In de klank van hun verhaal hoor ik meer als begrip. Ik hoor genegenheid, liefde. Is er nog meer veranderd, vraag ik? Ja, zegt zij. Ik hou me meer iets terug en daardoor komt hij nu meer naar me toe. Voor een kus en zo. Dus er is een andere beweging tussen jullie ontstaan? Ja, dat klopt. Daar hebben we vorige keer aan gewerkt, herinner ik me. Ze knikt bevestigend. En hoe voelt dat? Ik vond het best spannend zegt ze maar het voelt heel goed. En voor jou, vraag ik aan hem. Ja, ook heel goed. Niet dat alles nu opgelost is maar het gaat echt heel goed nu. Ik kijk er iedere keer naar uit om haar te zien. Om samen te zijn. We hebben het gewoon goed samen. Het was voor mij wel een eye-opener.... wat je de vorige keer vertelde…..over waar je vandaan komt en hoe dat meespeelt in de relatie. Toen dacht ik, tja dat is natuurlijk zo…..

Nou, dat is een mooi moment om vandaag mee te beginnen, onderbreek ik hem. Kom maar eens staan. Dan gaan we gelijk een oefening doen.


Pffffff

Pffff, zegt ze als we klaar zijn. Ja, zeg ik. Daar ben ik benieuwd naar. Hoe was het voor je? En hoe ga je hier straks weg?

Ik voel me opgelucht, zegt ze terwijl ze een zucht slaakt. Ik vond het heel spannend. En ja… nu voel ik me opgelucht en ontspannen. Gewoon dat ik niet zo veel heb moeten vertellen maar dat we toch zo hebben kunnen werken, vult ze aan.

Dat is hoe ik werk, vertel ik. Ik kijk vooral naar de beweging, de patronen die zichtbaar zijn en wat daar de helende beweging in is. Daar hoeven mensen ook niet zo heel veel voor te vertellen.

En waarom vindt je het belangrijk om op deze manier te werken, vraagt ze mij. Omdat zo de bewegingen in het lichaam voelbaar worden, leg ik uit. In ‘alleen’ gesprekken, blijven mensen vaak teveel in hun hoofd. Daar beklijft het niet. Als bewegingen door het lichaam worden waargenomen, werk je met mensen op een andere laag. Dan worden leerervaringen ook op die andere laag opgenomen.

Geïnteresseerd stelt ze nog een vraag: en wat zie jij dan als de helende bewegingen van vandaag? Nou, vandaag hebben we dus gewerkt met de dramadriehoek en de winnaarsdriehoek een model uit de Transactionele Analyse (TA). We hebben onderzocht wat jij daarin doet. Je hebt gevoeld waarin je vast loopt, zoals je beschreef toen je binnen kwam. En vervolgens heb je ervaren hoe je daar meer vrijheid in kan krijgen. Ook heb je gevoeld wat jouw eerste beweging in contact is en vanuit welke beweging je dichter bij jezelf kan blijven, om vanuit daar een dieper contact met de ander te kunnen gaan ervaren.

Mmmm, mooi, zegt ze terwijl ze mijmerend haar opgetrokken voeten vanuit de stoel op de grond laat zakken en daarna een licht verontschuldigend zegt: Ja, ik moet alles nog even laten zakken.


Kunstzinnige therapie

Als mensen 'hulpverlenersmoe' zijn weigeren ze soms iedere hulp of therapie. Regelmatig accepteren ze dan wel kunstzinnige therapie omdat dit minder heftig is. Als integraal therapeut werk ik graag met een diversiteit van therapievormen zoals oa. systemisch werken, transactionele analyse, NLP, lichaamswerk en kunstzinnige therapie. Juist de combinatie maakt het krachtig. Eigenlijk in alle therapievormen zie je het belang van beeldvorming en waarneming door het lichaam terug komen.

In een individueel traject of een individuele sessie gebruik ik regelmatig kunstzinnige opdrachten. En dan wel beeldende vormen zoals tekenen, schilderen, boetseren. Daarbij onderzoek ik iedere keer opnieuw of kunstzinnige therapie aansluit bij de cliënt en welke materialen en werkvormen passen bij de hulpvraag van de cliënt. Medische en psychologische kennis worden op die manier gecombineerd. Een opdracht kan bijvoorbeeld gericht zijn op bewustwording, ontspanning, acceptatie of pijnvermindering. Bijzonder is het om telkens de ontspannende, openende werking er van te zien. Het werken met kunstzinnige beelden en het aanspreken van eigen creativiteit blijkt voor veel mensen een heilzame werking te hebben en te ondersteuning in hun genezing.


De kracht van aanraking

Ze zit in de stoel. Ik heb haar gevraagd haar schoenen uit te doen en haar begeleid naar en in een ontspanningsoefening. Haar ogen vertellen hoe onwennig dit voor haar is. Hoe spannend. Ook haar ademhaling vertelt over haar worsteling en langzame overgave aan de oefening. Ik luister. Neem waar. Begeleid haar door mijn eigen lichaam, ademhaling en stem in te zetten als instrument.

En dan leg je, je handen op je gezicht, zeg ik zachtjes. Trommel je zachtjes met je vingers op je wangen, je slapen, je voorhoofd, je keelgebied. Neem er de tijd voor. In de stilte die ik laat vallen, geef ik haar de kans om haar eigen proces te verdiepen. Haar, haar eigen proces te laten gaan. En dan…. streel je zachtjes je gezicht. Doe het alsof je een baby streelt. Jouw baby. Jouw kind. Voel je huid alsof je voor de eerste keer je huid voelt……

Weer kijk ik naar haar. De tederheid die ze uitstraalt raakt me. Deze vrouw die zo gewend is om hard te werken. Hard te werken om alles onder controle te houden. Ook haar boosheid, pijn en verdriet. Het zelf op te lossen. Het heeft haar zo ver gebracht en haar ook zo opgebroken. Het was een moeilijke stap om een therapeut te zoeken. Nog moeilijker om een therapeut te mailen. Verrassend open was ze daarover in haar eerste mail aan mij. Nu verrast ze me weer. Hoe ze zich overgeeft, laat meevoeren en raken in deze oefening.

Ik denk aan een belangrijke leraar voor mij. Een leraar die mij vertelde over leren aannemen. Over hoe hij kon genieten van dit vak. Het hem vervulde met levenslust door zich open te stellen en te ontvangen. Zich zo liet voedden. Hoe hij mij confronteerde met mijn worstelingen op dit vlak. Mij begeleidde om dit te leren door zijn eigen ogen, lichaam, stem en adem in te zetten als instrument.

Ik kijk nog een keer naar haar. Zet mijn voeten op de grond en maak heel bewust contact met mijn hart. Dan adem ik diep in. De tederheid, de zachtheid en openheid die van haar hele gezicht afstraalt, de manier waarop ze liefdevol haar eigen gezicht beroerd als het haar eigen baby is. Het stroomt allemaal zo mijn hart in. Het voelt alsof iemand mijn hart teder en liefdevol heeft vastgepakt als een baby en zachtjes streelt. Wat vond ik het moeilijk om dit te leren. Wat deed het pijn. En wat ben ik ongelooflijk blij en dankbaar dat ik dit geleerd heb.